Blog over stopwoorden

Uhm, stopwoorden: hoe kom je er – zeg maar – van af?

Stopwoorden sluipen langzaam in ons vocabulaire. Op een gegeven moment zijn ze zo ingesleten in ons taalgebruik, dat we het zelf niet eens in de gaten hebben. We gebruiken stopwoorden voornamelijk om tijd te creëren voor onszelf, zodat we langer kunnen nadenken over onze volgende zin.

Daarnaast gebruiken we stopwoorden vanuit onzekerheid. Woorden als ‘als het ware’, ‘zeg maar’, ‘of zo’ en ‘een soort van’ maken je uitspraken minder uitgesproken. Dat lijkt handig voor het geval anderen willen schieten op je verhaal. Maar het zwakt je boodschap ook af. En je bent minder duidelijk. De term ‘zeg maar’ kent bijvoorbeeld verschillende betekenissen. Bedoel je ‘ongeveer’, ‘bijvoorbeeld’ of ‘eigenlijk’?

Onzekerheid speelt ook een rol bij woordjes als ‘hè?’ en ‘toch’? aan het einde van een zin. Door (onbewust) te zoeken naar bijval, laat je merken dat je niet zeker bent van je zaak. Natuurlijk mag je best je twijfels uitspreken. Gebruik daarvoor alleen geen stopwoorden.

Tips om stopwoorden uit je vocabulaire te schrappen

En dan nu de oplossing. Hoe schrap je die irritante stopwoorden uit je vocabulaire? Het sleutelwoord is bewustwording. Deze tips kunnen je daarbij helpen:

  1. Vraag anderen om je erop te attenderen als je weer een stopwoord gebruikt. Je zult er al heel snel beter op gaan letten.
  2. Luister heel bewust naar jezelf terwijl je praat. Het klinkt gek, maar vaak doen we dat niet. Hierdoor hoor je niet dat je stopwoorden gebruikt.
  3. Denk na voordat je een zin uitspreekt, in plaats van tijdens het praten. Als je weloverwogen formuleert, gebruik je vanzelf geen stopwoorden meer.
  4. Wees niet bang om een stilte te laten vallen. Gun jezelf de tijd om de juiste woorden te kiezen.
  5. Schrijf alle stopwoorden die jij gebruikt op en kijk je lijstje regelmatig door. Hierdoor zul je de stopwoorden makkelijker herkennen, zodra ze vooraan op je tong liggen.

Nou, uhm, zet hem op, zeg maar. En succes!